De tuinen bij de waterburcht Anholt


De Tuin

In het uiterste westen van de regio Borken, vlakbij de Duits-Nederlandse grens, ligt de waterburcht Anholt met zijn fraaie tuinen. In 1645 kwam Schloss Anholt in het bezit van de vorsten zu Salm, en sinds 1811 is het de hoofdresidentie van de vorsten van Salm-Salm.

  

De op een eiland gelegen voorburcht kreeg in de zeventiende eeuw zijn huidige vorm: een complex van drie vleugels dat richting de hoofdburcht open is. De voorburcht is te bereiken vanuit het westen, via een houten brug door een toegangspoort met een opvallende, uivormige toren. Aan het begin van de oprijlaan naar de voorburcht bevinden zich ook nog twee molens uit de achttiende eeuw, die de overloop vanuit de kasteelvijver flankeren.

Naarmate de burcht belangrijker werd als woonverblijf, werden ook de tuinen verder ontwikkeld. Al sinds het begin van de achttiende eeuw liggen er aan de noordkant van de waterburcht siertuinen in Franse stijl.

De 'watertuin' op een rechthoekig eiland in de kasteelvijver is waarschijnlijk het oudste tuingedeelte van het kasteelpark. Na vernielingen in de Tweede Wereldoorlog is dit gedeelte van de tuin als rozentuin heringericht. Barokke sculpturen en vazen kregen hier weer een standplaats. De sculpturen beelden de vier dagdelen en de vier jaargetijden uit. De vazen staan voor uitbundige natuur en vruchtbaarheid.

  

Ook het 'bosquet', dat ten noorden van de burcht door middel van een ophaalbrug met de burcht is verbonden, is in de jaren 1990 naar Frans voorbeeld als belangrijk onderdeel van de klassiek-barokke tuin gereconstrueerd. Ook hier staan diverse beelden, waaronder een levensgroot ruiterbeeld en een amazone.

De 'grachttuin' ten noordoosten van het kasteel maakt ook deel uit van het oudere gedeelte en bevat een theehuis en zandstenen beelden die tekens van de dierenriem voorstellen. Deze tuin wordt uitsluitend als privétuin gebruikt en is niet open voor bezoekers. In de lijn van de tijdgeest van de negentiende eeuw is dit oude tuingedeelte in 1816 onder leiding van de tuinarchitect Friedrich Wilhelm Weyhe uit Düsseldorf tot een Engelse landschapstuin omgevormd.

Edward Milner, een Engelse tuinarchitect, herzag het ontwerp van Weyhe in 1858 zorgvuldig en voegde extra water en gazons toe, evenals een hertentuin met een lange laan.

Het eiland in de vijver ten oosten van het kasteel is een bonte blikvanger, met name wanneer de rododendrons in bloei staan.

De pas in 1987 aangelegde doolhof is een populaire plek in het park en verwijst naar de doolhof die vroeger in het 'bosquet' lag.

  

Ook de barokke tuinen zijn in hun oude staat hersteld. Het feit dat tuinen uit verschillende tijdperken van de tuinkunst hier gebroederlijk naast elkaar liggen is een bijzonder kenmerk van het kasteelpark van Anholt. Tijdens een wandeling gaan de bezoekers als het ware op reis door de geschiedenis van deze tuinen. In het voorjaar wordt men dan ook nog verwelkomd door een bloemenzee op de in 1998 aangelegde bloemenweide in het landschappelijk vormgeven deel van de tuinen.

Buiten het kasteelpark ligt er op zo'n vijf km van de burcht nog een bijzonderheid: Anholter Schweiz. Hier liet vorst Leopold zu Salm-Salm tegen het einde van de negentiende eeuw als herinnering aan zijn huwelijksreis een kopie van het meer van Luzern met een Zwitsers chalet en een rotsachtig landschap aanleggen. De stenen en het hout die gebruikt werden voor de bouw hiervan zijn per boot en paardenkar vanuit Zwitserland naar Anholt vervoerd.

Tegenwoordig bevindt zich in dit 56 hectare grote park het "Biotopwildpark Anholter Schweiz". Langs maar liefst zes kilometer aan paden leven hier inheemse wilde dieren in grote volières en dierenverblijven.