Schlosspark Benrath


De Tuin

Slot Benrath, dat gelegen is te midden van een groot park en omgeven wordt door waterelementen, getuigt van de smaak die tijdens de late barok overheerste.

In navolging van een bij absolutistische heersers populair concept waren slot en park van meet af aan als 'totaalkunstwerk' gepland. De bouw-, tuin- en waterwerken moeten als één eenheid worden gezien, die elkaar wederzijds aanvullen en gezamenlijke referentiepunten vormen. Zo corresponderen de vertrekken van het kasteel met specifieke tuingedeelten.

Schloss Benrath

Het lustslot (corps de logis) werd gebouwd voor de keurvorst Carl Theodor von der Pfalz (1724 - 1799), die hier leden van de hogere klasse uitnodigde voor jachtpartijen. Hofarchitect Nicolas de Pigage (1723 – 1798) ontwierp het grootse corps de logis met de bijgebouwen en het grote park. De bouwmeester liet bij dit project zien wat hij in huis had en gaf het slot vorm in de stijl van de 18e eeuw.

Aan de zuidkant van het slot ligt vandaag de dag nog altijd het grote kasteelpark dat bestaat uit een aantal tuinen, die in verschillende periodes zijn ontstaan.

De 470 meter lange spiegelvijver vormt de hoofdas bij het slot. De reflecterende waterspiegel versterkt de lichtinval in de vertrekken in het grote huis, dat zelf van veraf bezien weer weerspiegeld wordt in het kalme wateroppervlak.

Schloss Benrath

Het terras dat naar de tuin leidt, staat vol mediterrane kuipplanten zoals citroenboompjes, pomerans, jasmijn, oleander, mirre en granaatappel. In de barokke tuin beperkte de orangerie zich niet alleen tot het gebouw waar exotische planten overwinterden, maar ook tot allerlei andere plekken waar de gevoelige kuipboompjes stonden.

De oostelijke en westelijke 'waaierlanen' bestaan uit vier rijen bomen (allée double) rond een ‘tapijt’ van gras (tapis vert). De Nederlandse lindes zijn zo gesnoeid dat de takken uitwaaieren en een groene wand vormen.

Ten oosten van de spiegelvijver komt men bij de orangerie, een deel van het voormalige, door een gracht omgeven kasteel. Hier bevindt zich een ‘parterre’ uit de vroege barok. Deze bloementuin in Franse stijl geeft een goed beeld van hoe kasteel- en paleistuinen in de tweede helft van de 17e eeuw werden vormgegeven.

De keukentuin of ‘potager’ bestaat uit een raster van rechthoekige perken rond een fonteinbekken en wordt door een hoge, met leifruit begroeide muur van de overige tuingedeelten afgescheiden.

Schloss Benrath

Ten westen van de spiegelvijver strekt zich een groot stervormig bos- en jachtpark uit, dat bijna tot aan de Rijn doorloopt. De assen van de ster worden door een bochtig pad doorkruist. Dit pad kende in de 18e eeuw nog veel meer bochten en vertakkingen, geheel volgens het idee van de 'jardin chinois-anglais', met daarin invloeden van de Engelse landschapstuinen en de Chinese tuinkunst.

Het ronde gazon in het midden van de rechte assen van de ster wordt omgeven door een ring van in vorm gesnoeide lindes.

Het park wordt van water voorzien door de Schlangenbach, een aftakking van de rivier de Itter.

Vanaf de Rheinkopf, die als ‘belvédère’ (uitkijkpunt) fungeert, heeft men een prachtig uitzicht over het Rijnlandschap en, in de andere richting, over de diagonale as van de jachtster naar het slot. Hier stonden vroeger acht lindes die, als overgang naar de vrije natuur, niet gesnoeid waren.

Evenals de Rheinkopf is ook de in de hoofdas van het slot gelegen Ulmenkopf als belvédère en uitkijkpunt bedacht.

Schloss Benrath

Het westelijke gedeelte van de tuin van de keurvorst is in 1807 volgens een ontwerp van Maximilian Friedrich Weyhe in een Engelse landschapstuin veranderd; in het oostelijke gedeelte gebeurde dit vervolgens in 1840 op basis van een ontwerp van Peter Joseph Lenné. Water en groen zijn hier binnen een stijlvolle, afwisselende compositie met elkaar gecombineerd.

De tuin van de keurvorstin is als 'Franse tuin' bewaard gebleven. Ondiepe, in elkaar overlopende waterbekkens vormen hier een waterval die door de Itter gevoed wordt. Hier verlaat het water het park. Voor de waterbekkens ligt een grote ‘parterre’ in de vorm van een gazon, omzoomd door een bloemenborder.

Het grote wateroppervlak van de slotvijver voor het slot houdt de bezoekers in eerste instantie op afstand, maar tegelijkertijd vormde deze slotvijver vroeger de verbinding tussen de ongerepte natuur en het kasteelpark, en werd het slot erdoor geaccentueerd als een intieme, door tuinen en natuur omgeven locatie.

Delen van het park, waarover in het Museum für Europäische Gartenkunst (museum voor Europese tuinkunst) tentoonstellingstukken en teksten met uitleg te vinden zijn, kan men hier in hun 'natuurlijke omgeving' met alle zintuigen beleven. De stad Düsseldorf heeft het hele slotcomplex en het park in het jaar 1996 uitgeroepen tot beschermd monument en heeft een aanvraag ingediend om het slot en het park als cultureel werelderfgoed op de lijst van UNESCO op te nemen.