Jardin Georges Delaselle


De Tuin

Delaselle

De botanische verzameling in Jardin Georges Delaselle werd vanaf 1897 aangelegd en telt meer dan 2500 plantensoorten uit alle werelddelen. Meer dan twee derde ervan is afkomstig van het zuidelijk halfrond met zijn mediterrane klimaat. Elk jaar komen er nieuwe soorten bij. Het bijzondere aan deze botanische collectie is de geografische ligging op een eilandje dat wordt omspoeld door het milde water van het Kanaal en tegelijkertijd is blootgesteld aan fikse Atlantische stormen.

Delaselle

De tuin laat zeer verschillende landschappen zien, zoals de necropolis met zijn weidse grasvlaktes, drakenbomen en door Georges Delaselle ontdekte begraafplaatsen uit de bronstijd. Het in een uitgraving aangelegde palmenbos herbergt de subtropische plantencollectie. Vanaf de Calvarieberg dwaalt de blik af naar de cactustuin, een plek waar vetplanten en cactussen leven. In de Maorituin opent zich het kleurenpalet van het Nieuw-Zeelands vlas (Phormium). Het westelijke terras, waar verschillende ui-gewassen zijn aangeplant, gaat over in het hart van de tuin– de mediterrane zone – met plantencollecties uit Australië en Nieuw-Zeeland. De grassentuin toont de plantenwereld van de duinen, accentueert het lange perspectief dwars door de tuin en eindigt op de bloeiende heide, aangeplant met Armeria, waarvan Engels gras een bekende soort is. Van hieruit heeft men uitzicht op de zee aan de zuidkant, richting het vasteland.

Delaselle

Geschiedenis van de tuin
Toen Georges Delaselle, verzekeringsagent te Parijs, in 1897 het Île de Batz bezocht, raakte hij in de ban van dit eilandje met zijn exotische planten. Overweldigd door het grote aantal zeldzame en exotische planten van over de hele wereld die ooit door zeevaarders naar het eiland waren gebracht, besloot hij hier een mediterrane tuin aan te leggen.

Delaselle

Tussen 1897 en 1918 liet Delaselle kunstmatige duinen opwerpen om zijn tuin tegen de wind en de stormen te beschermen. Ook liet hij een vijf meter diepe waterpartij aanleggen met terrasvormige randen. Bij deze werkzaamheden werd een necropolis ("dodenstad") uit de bronstijd blootgelegd.

Delaselle

In 1918 vestigde Delaselle zich permanent op het eiland en hield hij zich alleen nog maar bezig met het verder ontwikkelen van zijn tuin. Toen hij in 1944 overleed, liet hij een weelderige oase, met palmen en exotische planten, na. De wisselende bezitters na hem pleegden weinig of geen onderhoud aan de tuin en langzaam raakte deze in de vergetelheid. Pas in 1987 werd dit unieke paradijsje herontdekt. Betrokken tuinliefhebbers richtten de vereniging "Les Amis du Jardin Georges Delaselle" op en zetten zich in voor het herstel van de tuin. Het Conservatoire du Littoral, dat zich inzet voor het behoud van de kust, kocht het perceel 100 jaar nadat Delaselle het verworven had aan en stelde daarmee het voortbestaan van deze waardevolle getuige van de geschiedenis van de botanie en de acclimatisering van exotische plantensoorten in de twintigste eeuw zeker.