Jardins du Botrain


De Tuin

"Toen wij dit landgoed in 1986 kochten, waren wij nog helemaal niet van plan om de twee aangrenzende hectaren land om te vormen tot de unieke tuin die hier nu ligt. De orkaan die in 1987 zulke grote verwoestingen aanrichtte in Bretagne, heeft ook Botrain niet gespaard. Wij hebben toen besloten om van deze rampspoed iets goeds te maken. Bomen die ontworteld waren, zijn weer rechtop gezet en zullen zich snel herstellen.“

Bij de rest van het terrein lag alles open en Marie Defaysse liet haar fantasie de vrije loop: "Ik ben nieuwsgierig en explorerend en heb altijd al een passie gehad voor tuinen. Al mijn hele leven bewerk ik het land en ben ik met planten bezig. Ik heb vooral geprobeerd me aan het landschap aan te passen. Ik was gek op Engelse landschapstuinen, zoals die van Gertrude Jekyll, en wilde dat mijn tuin dezelfde geest zou uitademen."

Botrain

Een bijeenkomst met landschapsarchitect Michel Gesret in 1993 leidde tot meer concrete ideeën. Michel Gesret bracht uit zijn tijd aan de kunstacademie een goed gevoel voor architectuur en kleuren met zich mee. Zijn medewerking aan Botrain werd al snel onmisbaar. Hij creëerde een hele reeks tuinen met kleine, intieme settings.

De ingang is aangelegd als een laan met kersenbomen van de variëteit "Sunset Boulevard" die in het voorjaar bloeit.

Een laantje dat het hele jaar in bloei staat, leidt van de veranda naar de tuin met specerijen en geneeskrachtige kruiden.

Het erf rond het herenhuis is opgesmukt met wisselende lente- en herfstbloeiers. En ook de vaste planten tussen de struiken in de perken worden regelmatig vernieuwd.

Een rechthoekige buxus-heg omgeeft een tapijt van rozen van de variëteit "Fée des Neiges". Narcissen en tulpen geven het perk in de lente kleur.

Botrain

Naar het idee van Marie Dafaÿsse creëerde Michel Gesret twee grote parallelle borders, met in vorm gesnoeide buxusbollen en slanke taxussen als verdere structuurelementen. Bollen van zuurbes verwijzen naar een oude Prunus van dezelfde paarse kleur, die bewaard is gebleven. Op een centraal punt in de laan staat een pagodekornoelje (cornus controversa 'variegata') te pronken. Tapijten van gele en witte narcissen zorgen voor het lentedecor. Vanaf eind mei straalt deze laan in volle glorie met rozen en meerjarige planten.

De 3,65 m hoge menhir van leisteen wordt omgeven door planten die van het voorjaar tot en met de herfst voor een aaneengesloten afwisseling van bloemen zorgen. Een perk met zeldzame botanische rododendrons en camelia's ligt aan de oostrand van het landgoed. Bovendien zijn er verschillende struiken aan de voorkant geplant.

Botrain

In het voorjaar worden de narcissen en wolfsmelk (Euphorbia) begeleid door allerlei seringen en de Yakushimanum rododendron. In de herfst vormen ijzerkruid (Verbena) en Rudbeckia's een mooie combinatie met allerlei grassen.

Over een lengte van 15 meter draagt een pergola rozen en clematis. Aan de voet ervan zijn specerijstruiken, boerenhortensia's (hydrangea macrophylla 'nigra') en berghortensia's (hydrangea serrata) geplant.

Botrain

Het bovenste gedeelte is als een open plek vormgegeven en is beplant met esdoorns, hortensia's, vergeet-mij-nietje (omphalodes) en ooievaarsbek. Het terrein onder de eiken, dat tot aan de vijver omlaag loopt, is aan de natuur overgelaten. Hier groeien schaduw- en heideplanten.

Om de vijver, die ook als irrigatiebekken dient, slingert zich een pad dat zowel bij zonlicht als op beschaduwde momenten tussen de planten verborgen ligt. Hier volgen allerlei bloeiende planten elkaar in de loop van het jaar op: lavendelheide, rododendrons, azalea's, wederik. Een bananenstruik (Michelia figo) voegt een exotisch accent toe, evenals de reusachtige Gunnera of 'mammoetblad' in de aan het einde van de vijver gelegen moerastuin.

De moerastuin bevat planten die zijn aangepast aan het koele landschapstype: gele lis, grote kattenstaart, pijlriet, bospaardenstaart, moerasvergeet-mij-nietje. Iets verderop in het water zien we snoekkruid, Thalia en gewone dotterbloem. Wie de met een blauwe regen overgroeide houten brug oversteekt, ontdekt aan de andere kant boomvarens.

Ook komt men langs een kleine kweekkas van staal en glas, die uit twee gescheiden delen bestaat. Het eerste deel is openbaar toegankelijk en herbergt planten voor koele plantenkassen: Lapageria rosea, Madeira ooievaarsbek, Suzanne-met-de-mooie-ogen, en wisselende potten met zeldzame botanische tulpen, narcissen, alpine planten en geraniums (Pelargonium). Het tweede deel is een verwarmde kas met planten die in de winter wat warmte nodig hebben.

De rozentuin, waarvan de structuur door donkerblauw geverfde pergola's wordt bepaald, is bedacht om de bezoeker zich te laten onderdompelen in de wereld van de rozen. Veel van de rozen hier zijn Engelse klimrozen. Een aantal rozen geurt heerlijk ('Princesse de Nassau', 'Jacques Cartier'). De ondergrond wordt gesierd door blauwe vaste planten.

De rotstuinen herbergen vier kleine biotopen, met een geheel eigen karakter.

En ten slotte mag ook de plek waar vroeger een toegangsweg naar het huis lag niet worden vergeten. Hier ligt nu een laan met bloemen en bladeren met blauwtinten, aangevuld met de complementaire kleur geel.