De tuinen van de Villa Borromeo Visconti Litta


De magie van het water

Door de nabijheid van Milaan werd Lainate in de 16e eeuw bij de Lombardijse adel een populair gebied om in te wonen. Er ontstonden prachtige zomerresidenties waar ook koningen, vorsten en kunstenaars uit vreemde landen op doorreis naar Milaan op stand gehuisvest konden worden.

Villa Litta

Rond 1585 liet graaf Pirro I Visconti Borromeo (1560-1604) zijn landgoed in Lainate tot een representatieve zomerresidentie ombouwen. Hij slaagde erin de architectuur van Martino Bassi, de beeldhouwkunst van Franzesco Brambilla en Marco Antonio Prestinari en schilderijen van Camillo Procaccini, Pier Francesco Mazzuccelli en Agostino Lodola tot een harmonieus, architectonisch kunstwerk te verenigen. Parallel daaraan liet hij een door waterwerken gedomineerde tuin met verschillende kamers aanleggen, die was georiënteerd op de brede voorkant van de villa in het noorden.

Villa Litta

De tuinen zijn aaneengeschakeld door een dubbel systeem van assen, waarvan de eindpunten door tuinarchitectuurelementen geaccentueerd worden. De afzonderlijke tuinkamers worden telkens door wegen in vier vlakken onderverdeeld, waarbij het middelpunt gemarkeerd wordt door een fontein.

Villa Litta

Op de hoofdas van het zuiden naar het noorden liet de graaf als middelpunt van het park een nymfaeum bouwen door Martino Bassi (1542-1591). De kunstmatige grotten met fresco's, mozaïeken en 53 uiteenlopende waterwerken, waaronder allerlei fonteinen en watervallen, zetten indertijd de trend in Noord-Italië.

In het noorden sluit het exedra de zichtas op spectaculaire wijze af. Het halfronde gebouw, dat opgetrokken is uit geaderde kalksteen, bevat een nis van travertin, met daarin een terracotta beeldengroep die de roof van de Sabijnse maagden voorstelt en een kopie is van het beroemde werk van Giambologna.

Villa Litta

De beide orangerieën, ten oosten en westen van het exedra, sluiten de noordkant van de tuin af en hebben grote deuren op het zuiden. Volgens een inventarislijst uit 1604 stonden hier ooit 156 verschillende soorten sinaasappel- en citroenbomen in houten of keramische potten. Volgens de plantencatalogus van de botanist Linneo Tagliabue uit 1829 werden in nog drie andere kassen allerlei tropische planten als ananas, bananen, koffie, tamarinde, palmen, orchideeën, hibiscus, gardenia's, kruidnagel en jasmijn gekweekt.

Tussen het nymfaeum en het exedra strekt zich een Italiaanse renaissancetuin uit, met in het midden ervan een imposante, gelaagde fontein van Candoglia-marmer. Citrusvruchten in kuipen en marmeren potten accentueerden ooit de formele structuren van deze tuin.

Villa Litta

De monumentale Galathea-fontein (ontworpen door Donato Carabelli) maakt deel uit van een reeks vernieuwingen die de familie Litta tussen 1720 en 1785 liet uitvoeren. Hij bestaat uit twee niveaus die met een trapconstructie met elkaar verbonden zijn.

Aan de oostkant van het nymfaeum staat de 20 meter hoge watertoren met een koperen waterreservoir met een inhoud van zeven kubieke meter. Door een uitgekiend mechanisme en 890 meter loden pijp was het mogelijk het hele systeem van fonteinen, watervallen en waterwerken in gang te zetten. De waterpomp werd door een paard aangedreven. De waterwerken waren indertijd een sensationele noviteit, omdat ze door een systeem van putten en bronnen, en niet door natuurlijke waterkracht uit een rivier of waterval, werden aangedreven.

Villa Litta

In 1808 vormde de architect Luigi Canonica (1764-1844) in samenwerking met de botanist Linneo Tagliabue het noordwestelijke gedeelte van het landgoed om tot een Engels landschapspark. Op een inventarislijst uit 1989 staan 820 bomen (56 verschillende soorten) en 53 heesters (15 verschillende soorten), waaronder atlasceders, Himalayaceders, beuken, eiken, magnolia's, walnoten en ginkgo's.

Villa Litta

Ten noordwesten van de villa ligt de verzonken „Tuin van de Hesperiden“, met in het midden de beeldbepalende Neptunusfontein (Donato Carabelli). Twee verwarmde kassen van twee verdiepingen hoog, bedoeld voor exotische planten - een constructie van gietstaal in een art-nouveau-/jugendstilstijl - en een hoge dubbele beukenhaag omzoomden deze tuin. Een brede trap tussen de kassen leidde naar het schaduwrijke Engelse landschapspark. De Hesperidentuin met de loofgangen is de afgelopen jaren in oude glorie hersteld. De kassen en de trappen staan als volgend project op de nominatie om gerestaureerd te worden.