Kasteelpark Loppem


De Tuin

De geschiedenis van het huidige kasteeldomein begint in 1756 wanneer de Brugse familie de Potter de Drogenwalle de oude pastorie van Loppem opkocht. Ze lieten het huis slopen en bouwden een classicistisch landhuis, waar ze tijdens de zomer verbleven. Rond het kasteel werd een park aangelegd dat bestond uit een formele tuin onmiddellijk voor het landhuis en een aansluitend park in landschapsstijl. Het vier hectaren grote ‘Hulstbosch’, dat Pieter Clement de Potter in 1812 kon aankopen, sloot het geheel visueel af.

Kasteelpark Loppem

In de formele tuin waren twee achthoekige paviljoentjes te vinden, waarvan er een tot op vandaag bewaard bleef. In het park stonden verschillende tuinpaviljoentjes en folies, waaronder een ‘chinees’ bruggetje en een rots- en grottencomplex.

Door huwelijk kwamen kasteel en park in 1824 in handen van de familie Van Caloen. Het echtpaar Charles van Caloen en Savina de Gourcy Serainchamps zouden vanaf 1850 niet alleen het kasteel herbouwen, maar ook het park volledig heraanleggen. Tuinarchitect Jean Gindra maakte vanaf 1851 twee ontwerpen voor een compleet nieuwe parkaanleg in Engelse landschapsstijl, waarin enkele elementen van het vroeg-19e-eeuwse park geïntegreerd werden. De oude omwalling werd bijvoorbeeld verder uitgegraven tot een brede, kronkelende vijver. Ook de moestuin en enkele dreven werden in de nieuwe parkaanleg verwerkt. De volledige aanleg werd zo opgevat dat er pittoreske en wisselende perspectieven zouden ontstaan op een nieuw, nog te bouwen kasteel. Dit zou gelegen zijn op de centrale, volledig door water omgeven zone, waardoor de neogotische gevels weerspiegeld worden in de vijver.

Kasteelpark Loppem

De wandelaar kon en kan in het landschapspark een bochtig parcours afleggen langs ovale graslanden en meersen, over bruggetjes, tussen loof- en naaldbomen en struiken, steeds opnieuw verrast door andere zichten op het kasteel en het park. De bonte en gevarieerde beplantingen versterken het schilderachtige karakter van het landschapspark. De botanische rijkdom van het park werd trouwens sterk in de hand gewerkt door Charles van Caloen en zijn echtgenote. Hun meer dan gewone interesse in de materie blijkt bijvoorbeeld uit hun lidmaatschap van de Gentse Société d’Horticulture et de Botanique en liet hen toe om gerenommeerde Belgische tuinbouwers aan te trekken voor de aanplantingen van hun park. Azalea’s en orchideeën werden bijvoorbeeld aangevoerd door de belangrijkste Gentse kwekers.

Kasteelpark Loppem

Aan de rand van het domein, nabij de Steenbruggestraat, werd vanaf 1873 een doolhof aangeplant door de broers Albert en Ernest van Caloen, onder begeleiding van hun huisleraar. Het ontwerp van het labyrint zou naar verluidt van de hand van de jonge Albert zijn. Met anderhalve kilometer groene en rode beukenhagen werden tientallen gangen gecreëerd, volledig afgesloten van de rest van het park. Aanvankelijk was het doolhof enkel toegankelijk voor de familie, maar in 1892 stelde Albert van Caloen het ook voor het publiek open. Al snel groeide het uit tot een populaire attractie in de regio, iets wat het tot op vandaag gebleven is.

Het kasteel van Loppem vormde aan het einde van de Eerste Wereldoorlog ook het decor van een belangrijke gebeurtenis uit de Belgische geschiedenis. Vanaf eind oktober 1918 nam koning Albert I er voor ongeveer een maand zijn intrek en werd Loppem zo het hoofdkwartier van het Belgische leger en een internationaal trefpunt.

Het kasteel en het park werden in 1952 ondergebracht in de vzw ‘Stichting Jean van Caloen’ om de toekomst van dit uitzonderlijke erfgoed te verzekeren. Vanaf 1974 werd het park opengesteld voor het publiek. Een jaar later volgde het kasteel, waar de bezoeker niet alleen van de unieke interieurs kan genieten, maar in een afzonderlijke vleugel ook een belangrijke collectie schilder- en beeldhouwkunst te zien krijgt.