De Rhulenhof Tuinen


De Tuin

De Rhulenhof is een voormalige boerderij in lokale bouwstijl met een langgerekte gevel uit het einde van de negentiende eeuw, die in 1975 aanzienlijk werd verbouwd. De eigenaars legden vanaf dat jaar in het verlengde van het ontwerp van architect W. de Jong een aantal tuinen aan. Het huis, op sobere wijze verbouwd volgens de principes van de Bossche School, en de tuinen vormen een ruimtelijke eenheid.

De Rhulenhof Tuinen

De tuinen werden aangelegd in het open voormalige akkerland. Het ontwerp van de tuinen werd aanvankelijk sterk geϊnspireerd door de bezonning en de functionele en ruimtelijke verhouding tussen huis en tuin zoals in de Engelse cottagestijl. Binnen een stramien van Taxus- en beukenhagen werden rondom het woonhuis verschillende sfeertuinen gegroepeerd. Op het oosten een ingetogen tempeltuin, een moestuin bij de keuken, een ommuurde gedecoreerde binnenplaats op het zuiden. En ’s avonds gaat de zon onder boven de meest gecultiveerde van alle tuinen, de rozentuin. Deze tuinen werden, meer of minder streng, volgens een formeel patroon ingevuld.

Naast verwijzingen naar de cottagestijl en de landschapsstijl is de Rhulenhof ook door het postmodernisme beïnvloed. De diverse formele tuinen als kamers worden afgewisseld met ruime landschappelijke en parkachtige aanleg met grote waterpartijen. Klassieke tuinconcepten en hedendaagse tuinarchitectuur zijn daarbij op verrassende wijze geïntegreerd.

De Rhulenhof Tuinen

Iedere tuin een eigen karakter

Iedere tuin heeft een sterk eigen karakter zowel in vorm als in beplanting en bloeihoogtepunt. Neem bijvoorbeeld de – naar de historie verwijzende - rozentuin met geurende oude en moderne rozen rondom een barokke tuinvaas. Of de tempeltuin, met zijn zilvergrijze aanplant in harmonie met tempel en waterkanaal, een verwijzing naar de Perzische tuinkunst. En de moestuin of ‘potager’, een bont samenspel van kruiden, bloemen en groenten in streng symmetrisch geordende vakken. Stevige borderplanten in combinatie met struiken en bomen volgen de kleuren van de regenboog in de tweezijdige borders van de 140 meter lange Pyruslaan.

Oranjerieplanten zijn een specialiteit van de Rhulenhof. In grote kuipen en potten sieren ze pleinen en lanen en zorgen, tesamen met de vertinde muren, voor een mediterrane sfeer.

Centraal ligt de glazen oranjerie waar deze subtropische planten overwinteren. Een bijzonder gebouw, ontworpen volgens een structuralistische plattegrond in honingraatmotief.

De Rhulenhof Tuinen

Landschap en water

Water vervult een belangrijke rol in de tuinen. Zo heeft de landschappelijke tuin een grote natuurlijke vijver. Het theehuis op de oever biedt uitzicht op het water en de ruige plantenwereld er omheen. Aan de zuidkant van de bosrand slingert zich een pad langs langgerekte smalle watertjes. De vele kleuren ‘groen’ en de rijke onderbegroeiing zijn hier een streling voor het oog.

Aan de westzijde van de Rhulenhof is vanaf het begin van deze eeuw een park aangelegd met grote, over het land uiteenwaaierende vijvers. Deze worden omgeven door gras, bosschages en hoge groene muren. Het krachtige lijnenspel van de spiegelende watervlakken is een van de charmes van de rondwandeling. Onderweg passeert men een transparante uitkijktoren en het ‘groene dorp’ gevormd uit Carpinus.

De Rhulenhof Tuinen

Botanisch paradijs

Door hun grote verscheidenheid aan vaste planten, struiken en bomen zijn de tuinen een botanisch paradijs voor de plantenliefhebber. In de diverse tuinen zorgen standaarden met beplantingsplannen voor informatie aan de bezoeker.

Kortom, een zeer ruimtelijk werkende architectuur, een zuidelijke atmosfeer en een grote botanische verscheidenheid vormen de kracht van de Rhulenhof Tuinen.

De entreekas doet dienst als tuincafé, met informatiebalie en leestafel. Maar men kan ook met zijn kopje koffie neerstrijken op een van de terrassen aan het water, bijvoorbeeld in ‘het Midden’, voor het front van de Oranjerie, waar dansende fonteinen een frivole noot toevoegen aan het tuinbezoek.

De Rhulenhof is lid van ‘Toptuinen van Nederland’ en ‘Strasse der Gartenkunst zwischen Rhein und Maas’.