|
|
|
|||||||||||||||||
De regio Brugs OmmelandWest-VlaanderenHet hart van het gebied is de historische binnenstad van Brugge, die als geheel tot het UNESCO-werelderfgoed behoort. De straten en pleinen met de vele oude huizen, de grachten en bruggen, de monumenten en musea lokken elk jaar zo’n 2,5 miljoen bezoekers van over de hele wereld. Toerisme is dan ook een economische hoofdactiviteit, naast industrie, handel en diensten. Administratief is Brugge is de hoofdstad van de provincie West-Vlaanderen. De stad is tevens een belangrijk onderwijscentrum, hoewel er geen universiteit is. Met het Europacollege beschikt ze wel over een prestigieuze postuniversitaire onderwijsinstelling. Minder bekend is dat Brugge ook rijk is aan groen erfgoed, met kloostertuinen, godshuistuinen, privétuinen, openbare parken, het Begijnhof en de oude stadswallen die als een ruim zes kilometer lange groene gordel de stad omsluiten. Landschappelijk bestaat het Brugse Ommeland uit twee duidelijk verschillende delen. In het noorden liggen de Polders. Dit gebied stond lange tijd onder invloed van de zee, en werd pas in de loop van de middeleeuwen definitief op de zee gewonnen door bedijking en inpoldering. De bodem bestaat er uit klei. Hier lag ook het Zwin, de zeeinham die in belangrijke mate bijdroeg tot de bloei van het middeleeuwse Brugge als Europese handelsmetropool. De herinnering aan het Zwin leeft voort in het gelijknamige natuurgebied bij Knokke, in de voormalige havenstadjes Damme en Sluis, en in de benaming ‘Zwinstreek’ die gebruikt wordt voor het gebied tussen Damme en Knokke. Het landschap van de Polders is open en vlak, met talrijke afwateringsgrachten en oude dijken. Het wordt doorsneden door kanalen, waarvan de oevers beplant zijn met bomen die door de overwegende westenwinden scheefgegroeid zijn. Men treft er verspreide hoeves aan, en schilderachtige dorpjes zoals Oostkerke en Lissewege. Een aanzienlijk deel van de polders tussen Brugge en Zeebrugge is nu ingenomen door industriegebieden en haventerreinen. Het zuidelijke deel van het Brugse Ommeland bestaat uit zandgrond, en wordt dan ook de Zandstreek genoemd. Oorspronkelijk was het met dichte bossen overdekt. De naam ‘Houtland’ die aan het gebied rond Torhout gegeven wordt, herinnert hier nog aan. Toenemende menselijke invloed – veeteelt, houtkap – tastte deze bossen al van het begin van onze jaartelling, en vooral in de late middeleeuwen ernstig aan. De vruchtbaardere stukken werden in akkerland omgezet, de minder vruchtbare ontwikkelden zich tot heide. In de zone ten zuiden en ten oosten van Brugge verwijzen een aantal toponiemen eindigend op ‘-veld’ aan deze situatie: Vloetemveld, Bulskampveld,… (‘veld’ = ‘heide’). In de 18e en 19e eeuw werden delen van deze heide opnieuw bebost, onder meer met naaldbomen. Anderzijds maakten het gebruik van guano en later van kunstmeststoffen het mogelijk om weinig vruchtbare gronden toch in cultuur te nemen. Het gebied ten zuiden van Brugge vertoont nu een afwisseling van akkers, weiden en bossen. Opvallend is het grote aantal kastelen en kasteeltjes. Sommige daarvan hebben een geschiedenis van zeven of acht eeuwen, andere zijn 18e- of 19e-eeuwse zomerresidenties van Brugse adellijke families. |
|
|